Auteurschap: auteursrollen (contribution disclosure – author(ship) contribution statements)

Auteurschap

Erkenning voor de effectieve bijdrage die iemand levert aan een wetenschappelijke publicatie, gebeurt vandaag in hoofdzaak via het, al dan niet, opnemen van de namen van (individuele) bijdragers op een (min of meer) beperkte namenlijst verbonden aan die publicatie.

De plaats op deze lijst bepaalt niet zelden het ‘belang’ van de bijdrage. In de meest courante systemen zijn de eerste, tweede en laatste plaats voorbehouden voor diegenen met de grootste bijdrage of de facilitator (bv. promotor).

Auteurschap is een belangrijke (mede)factor voor de academische impact en de reputatie van individuele onderzoekers, diens carrièreperspectieven, succesratio’s bij het aanvragen van financiering, enz., zowel als voor de geaffilieerde universiteit. Om die reden is het van belang dat alle waardevolle bijdrages zichtbaar en verifieerbaar zijn.

Volgens welke regels de toekenning van auteurs en hun plaatsbepaling dient te gebeuren, wordt vastgelegd in standaarden. Hoewel de basisprincipes binnen deze standaarden dezelfde zijn, kunnen verschillen opduiken in de uitvoering ervan. Dit is vaak het geval tussen disciplines, die er andere werkwijzes op nahouden, maar is ook inherent verbonden aan de gehanteerde terminologie. Zo stelt de Europese Gedragscode voor Wetenschappelijke Integriteit (ook wel ALLEA-code) dat auteurs geacht worden een significante bijdrage te hebben geleverd aan het ontwerp van het onderzoek, de verzameling van relevante data, de -analyse en/of -interpretatie. De invulling van de term ‘significante bijdrage’ in een specifieke casus gebeurt vanuit de geest van de standaard, maar er blijft vaak ruimte voor interpretatie en appreciatie.

Het grote belang van auteurschap en de ruimte voor interpretatie zorgt dat auteurschap makkelijk kan worden misbruikt, in verschillende vormen o.a. door ‘grote’ namen op de auteurslijst op te nemen die geen of weinig bijdrage hebben geleverd maar wiens naam de kans op publicatie mogelijks positief beïnvloeden (zgn. guest authorship); bij gift authorship wordt iemand toegevoegd aan de auteurslijst met te kleine of geen bijdrage in de hoop dat deze de gunst terug geeft; diegenen die het echte werk hebben gedaan een minder belangrijke plaats toekennen omdat iemand anders net voor promotie staat, etc. Het zijn allemaal praktijken die van auteurschap, ten onrechte, een te verhandelen goed maken.

Auteurschap is daarom niet zelden onderwerp van conflict.

Bovendien zijn de mogelijkheden om auteursbijdragen te bepalen en op te lijsten in het huidig systeem beperkt. Er komt een pak meer bij kijken dan de bijdrages van een aantal kernonderzoekers die het hele ‘project’ overzien. De standaardpraktijk komt niet langer tegemoet aan de diverse rollen/bijdrages in de totstandkoming van een wetenschappelijke bijdrage. Deze tendens wordt alleen maar versterkt door een toename in (grote) samenwerkingsverbanden,  specialisatie, mate van inter- en transdisciplinair onderzoek, etc.

Op macroniveau zien we de tendens om het wetenschappelijk werk meer holistisch te benaderen, met als belangrijkste voorbeeld de San Francisco Declaration on Research Assessment (DORA) (door de UGent ondertekend, RvB 9/10/20).

 

Dit alles heeft geleid tot een verschuiving van het statische begrip auteurschap (‘authorship’) naar een transparante erkenning van de dynamische context waarbinnen onderzoek plaats vindt en de diverse rollen/bijdrages die daarmee gepaard gaan (‘contributorship’).

 

Van ‘authorship’ naar ‘contributorship’

Contributorship disclosure beschrijft expliciet en in detail wat elke auteur gedaan heeft in de realisatie van de resultaten en de totstandkoming van de wetenschappelijke bijdrage, gaande van het vinden van het initiële idee tot het indienen voor publicatie. Door gebruik te maken van een specificatie van alle bijdrages/rollen en daaraan verantwoordelijken te verbinden, wordt de totstandkoming van de bijdrage transparanter.

Deze specificatie kan verschillende vormen aannemen:

  • via een uitgeschreven verklaring in eigen woorden, een zgn. (author(ship)) contribution statement, al dan niet in een vooraf bepaald format bv. een formulier;
  • gebruik van een vooraf opgestelde classificatie van verschillende (traditionele en andere) rollen in een ‘Contributor Roles Taxonomy’ (bv. CRediT);
  • gebruik van digital badges waarbij elke bijdrage overeenstemt met een specifiek gekleurde badge bv. een rode badge voor het schrijven van de eerste draft. Dit soort digitale visuele kentekens kennen verschillende vormen en kunnen vaak toegevoegd worden aan persoonlijke profielen elders op het web.

 

De UGent beveelt ‘contributorship disclosure’ sterk aan. De CRediT wordt daarom geregistreerd en gedeponeerd in Biblio, de academische bibliografie en repository van de UGent.

Sommige tijdschriften leggen voor de contributorship disclosure een specifieke vorm op, terwijl anderen dit open laten. Ga dus steeds na welke richtlijnen en vorm van toepassing zijn.

 

Het gebruik van auteursrollen biedt onderzoekers de mogelijkheid om bijdrages aan het wetenschappelijk publiceren veel breder te definiëren dan de traditionele rollen. Ze hebben in het bijzonder aandacht voor specifieke categorieën zoals bv. patiënten en het publiek bij onderzoek binnen gezondheids- en sociale zorg (‘Patient & Public Involvement’ - PPI) en zoeken hiervoor gepaste ondersteuning bv. door gebruik te maken van tools zoals de GRIPP2 Reporting checklist. Voor wat betreft samenwerking met zgn. ‘resource-poor settings’, volgen onderzoekers minimaal de Global code of conduct for research in resource-poor settings (RvB 7/10/22).

 

Meer tools voor contributorship disclosure

(geschreven) https://www.epj.org/images/stories/faq/examples-of-author-contributions.pdf

(met een formulier) https://journals.sagepub.com/pb-assets/cmscontent/JSN/AUTHORSHIP%20CONTRIBUTION%20STATEMENT%20March%202019-1552409436010.pdf

 

Lees zeker aandachtig het volledige document ‘Beleid inzake auteurschap en het erkennen van bijdrages in wetenschappelijkpubliceren’.

Onderzoekers kunnen met vragen terecht bij de facultaire aanspreekpunten wetenschappelijke integriteit, de beleidsadviseur wetenschappelijke integriteit of het secretariaat van de Commissie Wetenschappelijke Integriteit

Een volledig overzicht van Wetenschappelijke Integriteit aan de UGent op de webpagina

 

Meer tips

Vertaalde tips


Laatst aangepast 27 november 2023 14:16