Kritisch lezen: wat en hoe?

Wat is kritisch lezen?

Het woord ‘kritisch’ betekent dat je de ideeën in een tekst niet zomaar voor lief neemt, maar dat je de gepresenteerde bewijzen en argumenten evalueert. Je kritische leesproces begint met de veronderstelling dat teksten niet neutraal zijn, maar de lezer op de een of andere manier proberen te beïnvloeden en zelf beïnvloed zijn door de overtuigingen, attitudes en cultuur van de schrijver. Dit proces omvat vaak het identificeren van de overtuigingen en meningen van de auteur zoals die in de tekst tot uitdrukking komen en het begrijpen hoe deze de boodschap beïnvloeden. Wanneer je weet welke delen van de tekst het belangrijkst zijn, welke delen meer of minder overtuigend zijn voor jouw doel, of welke delen het meest controversieel zijn, dan ben je kritisch bezig met de tekst. Een volgende stap zou zijn de tekst in verband te brengen met je eigen bestaande kennis en overtuigingen.

Kortom, kritisch lezen houdt in dat je een extra (mentale) stap zet na het begrijpen van een tekst, zodat je in staat bent de tekst te evalueren, conclusies te trekken en gevolgtrekkingen te maken. Kritisch lezen is effectief gebruik maken van analyse en het combineren van je eigen kennis en overtuigingen met de ideeën in de tekst om te leren van de passage.

Hoe lees je kritisch?

Bij het kritisch lezen staat de oordeelsvorming centraal, en niet zozeer het kunnen reproduceren van de inhoud en de argumentatie. Het gaat er nu om of de tekst volgens jou een al dan niet overtuigende en belangrijke bijdrage vormt aan een wetenschappelijk of maatschappelijk debat. Om zo’n oordeel te kunnen geven moet je beslagen ten ijs komen. Een mening is goedkoop; argumenten ter onderbouwing zijn duur.

In principe zijn er twee typen tekstkritische argumenten: interne (tekstimmanente) en externe (buitentekstueel).

  1. Bij het eerste type, de interne, gaat het om het blootleggen van inconsistenties en onvolkomenheden in de tekst zelf. Die kunnen bestaan uit onlogische redeneringen, onterechte verbanden, onterechte gelijkstellingen of tegenstellingen. Het kan ook gaan om stellige beweringen zonder bewijsvoering of concrete voorbeelden, of citaten die uit hun verband zijn gebruikt. Het kan zelfs gaan om regelrechte fouten, bijvoorbeeld in de gehanteerde chronologie, maar dat raakt al aan het tweede type argument.
  2. Voor het tweede type argumenten, de externe, moet je als lezer beschikken over extra kennis. Het gaat hier om het oordeel of een tekst een juiste voorstelling van zaken geeft, en daartoe heb je kennis van buiten de tekst zelf nodig. Kritisch lezen doet dus een beroep op externe kennis, zowel kennis die je al tot je beschikking hebt, en die je dus moet activeren, alsmede kennis die je ontbeert – en die je dus ergens vandaan moet zien te halen. Het zal zeker voorkomen dat je je bij het lezen afvraagt: ‘Is dat nou zo? Klopt dit wel?’ In dat geval is er maar één oplossing: je kennis vergroten door andere bronnen te raadplegen.

Overigens is het goed om je te realiseren dat niet elk extern argument een kwestie is van een al dan niet juiste weergave van feiten. Argumenten zijn te onderscheiden in feitelijke argumenten, die gebaseerd zijn op feiten of empirische gegevens, en normatieve argumenten, die gebaseerd zijn op een idee van wat goed of slecht is. Een negatief dan wel positief oordeel over bijvoorbeeld een artikel over filesharing op het internet kan onderbouwd worden met feitelijke argumenten over de relatie tussen CD-verkoop en mp3- downloads, maar ook met normatieve argumenten over wanneer het juist is te spreken over diefstal.

De volgende vragen kunnen helpen bij de bepaling van je oordeel over een tekst, en bij de bepaling van welke extra kennis je zou moeten verzamelen:

  • Vragen naar de positionering van de tekst
    Wie is de auteur? Geldt hij of zij als een (inter)nationale expert? Heeft de auteur al eerder op dit terrein gepubliceerd?
    Bij welke uitgeverij, in welk tijdschrift, of in welke bundel is de tekst verschenen? Is dit een prestigieuze publicatie? Voor welk publiek is de tekst bedoeld? Wat zegt dat over de betrouwbaarheid?
    Uit welk jaar is de tekst? Wat zegt dat over de historische situering en hoe beïnvloedt dit het perspectief? Hoe is dit te vertalen naar de huidige situatie/debat?
    Behandelt de tekst een feitelijk of een controversieel onderwerp? Waaruit bestaat de eventuele controverse?
    Zijn er recensies over deze tekst verschenen? Wat is de teneur hiervan?
  • Vragen naar overtuigingskracht
    Is er een deugdelijk notenapparaat en bibliografie aanwezig? Op welke bronnen baseert de auteur zich, op recent onderzoek, op meerdere bronnen of maar één? Watzeggen de bronnen over de positie van de auteur in het wetenschappelijke veld?
    Is, in geval van een onderzoeksrapportage, de gehanteerde methode helder uiteengezet? Is de dataselectie adequaat voor de vraagstelling? Zijn de interpretaties van de gegevens aannemelijk, of zijn er andere denkbaar?
    Laat de auteur alle mogelijke visies aan bod komen? Gaat de auteur in discussie metanderen die over dit onderwerp hebben geschreven? Hoe positioneert hij of zij zich?
    Wat is het standpunt of de stelling van de schrijver? Wordt dit expliciet geformuleerd? Wordt het voldoende beargumenteerd? Zijn er verborgen agenda’s of belangen?
    Zijn de feitelijke argumenten inderdaad gebaseerd op feiten, of op z’n minst aannemelijk? Zijn de normatieve argumenten voldoende onderbouwd? Worden er voldoende tegenargumenten besproken en worden deze voldoende weerlegd? Zijn er onbehandelde argumenten of tegenargumenten op te voeren?
    Volgt de slotconclusie voldoende uit de argumentatie en komt deze overeen met de beloftes in de inleiding?
  • Vragen naar voorkennis
    Wat voegt de tekst toe aan andere publicaties die je over dit onderwerp hebt gelezen?
    Geeft de auteur een juiste voorstelling van deze publicaties en van de meerwaarde van de eigen tekst?


Aan de hand hiervan kun je nu komen tot een eigen kritisch oordeel. Kritisch betekent overigens niet per definitie dat je negatief en afwijzend bent. Het gaat hier om een leeshouding waarin je nooit zomaar op voorhand of zonder context iets aanneemt. Schrijf je oordeel uit, zowel ten behoeve van een opdracht, eindpaper, tentamen of werkcollege, maar ook gewoon om je kennis en oordeel vast te houden. Positioneer de tekst in het kader van het relevante debat, belicht sterke en zwakken kanten van de tekst, en onderbouw je oordeel met argumenten – interne en externe, feitelijke en normatieve.

 

 

 

Bronvermelding

https://libguides.uvt.nl/academisch-lezen/kritisch-lezen-2 (geraadpleegd op 4 augustus 2026)

https://avmec.wp.hum.uu.nl/lezen/2-leesstrategieen/ (geraadpleegd op 4 augustus 2026)

 

Vertaalde tips


Laatst aangepast 5 augustus 2026 16:15